Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


bus_bert_-_biografie

Bus, Bert

Biografie


bus_bert.jpg

Bert Bus (Santpoort, 19 juli 1931) is een Nederlands striptekenaar en scenarist.

Bus debuteerde in 1953 als striptekenaar in het blad De Rebellenclub. Voor dit blad en zijn opvolgers, achtereenvolgens Sjors van de Rebellenclub, Sjors, Eppo, Eppo Wordt Vervolgd en Sjors en Sjimmie Stripblad tekende Bus het grootste deel van zijn stripproductie. Naast het werk voor deze bladen heeft hij twee strips voor het meisjesblad Tina getekend (Nancy Drew en Jola) en een (onvoltooide) strip voor het sciencefictionblad Essef, onder het pseudoniem Max Mutesius. Van de meeste verhalen zijn albums uitgegeven.

Na de tweede wereldoorlog trad Bert Bus (19/7/1931, Santpoort) in dienst bij de Spaarnestad en hij is daar altijd als tekenaar werkzaam gebleven. Jarenlang werkte hij in de Spaarnestadt Studio aan het Nassauplein in Haarlem, samen met de tekenaars Harry Balm en Nico van Dam. Voordat hij strips ging tekenen, maakte Bus illustraties en patronen voor het vrouwenblad Libelle.

Bijna al zijn strips, die hij voor het overgrote deel ook zelf heeft geschreven, zijn verschenen in het weekblad Sjors. Zijn eerste strip, de science-fiction avonturen van 'Olaf Noord' verscheen van 1953 tot 1957. In 1976 zijn alle verhalen van Olaf Noord gebundeld en uitgegeven. Tegelijk met 'Olaf Noord' verscheen in Sjors van hem het gagstripje 'Skokan' (1955-1956), over een prehistorisch jongetje.

In 1957 stapte hij van de science-fiction over op het verleden en in Sjors verschenen de avonturen van 'Theban, de eerste wereldreiziger' (1957-1959), die in 1977 door Oberon in boekvorm werden uitgegeven. Toen Sjors in 1959 van formule veranderde, verdween 'Theban' en tekende Bert Bus eerste een drietal op zichzelf staande realistische verhalen: 'De Brug in het Oerwoud' (1960-1961), 'De Gouden Kraag' (1962) en 'De Slavenkoopman van Pompeï' (1963).

Daarna verscheen weer een vervolgserie, namelijk 'De Avonturen van Cliff Rendall', een science-fiction strip die van 1963 tot 1965 in Sjors werd gepubliceerd. Na 'Cliff Rendall' tekende Bert Bus een verhaal over 'Huckleberry Finn' en 'Lance Barton'. De laatst genoemde was opnieuw een science-fiction verhaal. Voor zijn vriend en collega Nico van Dam schreef hij tussen 1958 en 1967 de strip 'Woep en Wap' voor het vrouwenblad Rosita. In 1969 bewerkte hij een scenario van C. Keene voor Tina dat resulteerde in de strip 'Nancy Drew'.

Een jaar later, eveneens in Tina, verscheen de serie 'Jola'. In 1971 keerde Bert Bus terug naar Sjors waar hij een gemoderniseerde versie van de Britse 'Archie, de Man van Staal' ging tekenen. Toen De Spaarnestadt en De Geïllustreerde Pers samen verder gingen als Oberon, werd de studio aan het Nassauplein opgeheven. Bus vervoegde zich bij het nieuwe strip blad Eppo en maakte daar de strip 'Stef Ardoba' (1975). Deze strip was een combinatie van het verleden en science fiction. 'Stef Ardoba' liep tot 1982 en werd opgevolgd door de historische strip 'Malorix' (1983-1985).

Intussen was hij ook aanwezig in het science-fiction blad Essef met de erotische strip 'De Vechters van Shar-Yaban' zij het onder het pseudoniem Max Mutesius. In 1986/87 schreef hij de trilogie 'Russ Bender' voor Eppo Wordt Vervolgd en later Sjors en Sjimmie Stripblad. Na zijn pensionering in 1989 legde hij zich toe op modeltekenen en amateurarcheologie. In 2004 ontving hij samen met Harry Balm en Nico van Dam de Bulletje & Boonestaakschaal voor zijn bijdragen aan de wieg van de Nederlandse strip.

bus_bert_-_biografie.txt · Laatst gewijzigd: 2013/01/03 23:13 door prediker



Er zijn 23 bezoekers online